- “Post.”
Post?
- "Voor u."
Voor mij?
- “Ja, ik wou het net in de gleuf steken, maar toen kwam u naar bui..”
Ik hoorde iets aan de voordeur.
- “Ja, dat was ik dus.”
Met post?
- “Met post.”
Voor mij?
- “Dat zei ik al.”
Niet voor de buurman?
- “U bent toch Jorn Santen?”
Hoe kent u mijn naam?
- “Die staat op de enveloppe.”
Dan is die brief voor mij.
- “Inderdaad, meneer. Nog een prettige dag”

Rare man, die postbode. En een brief... voor mij. Of bestaat er nog een Jorn Santen? Adres Leedlaan 3. Dat klopt.

Wat ’n dag. Het is nog maar 10 uur ’s ochtends en ik heb al een praatje gemaakt én een brief in ontvangst genomen. Die open ik later wel, als ik tijd heb. Want momenteel is het druk, druk, druk…