Ik vertrek. “Dag beer, dag bed, dag kast, dag computer!” Meneer is niet in de buurt, dus schrijf ik hem maar een afscheidskaartje.
“Beste Meneer, je zult me een poosje niet meer zien, want ik vertrek. Wil jij de planten water geven?
Tot later, Jorn.”
Inderdaad, ik vertrek. Ik ga op zoek naar mezelf. Maar waar moet ik zoeken? Mijn moeder had me altijd gezegd: “Als je iets niet vindt, moet je gewoon eens goed nadenken waar je het voor het laatst gezien hebt.” Waar had ik mezelf het laatst gezien? Dat is alweer een tijdje geleden, was dat niet een paar jaar terug, in de supermarkt? Jaja, ik weet het nog, ik zag mezelf net nog de deur uitgaan toen ik aan de kassa kwam.