Ik word wakker van Meneer’s gesnurk. Omdat verder slapen toch niet lukt, vooral als ik daar mijn best voor doe, ga ik om een glas water. Mijn aandacht wordt getrokken door een onzelieveheersbeestje dat van de vensterbank zijn thuisbasis heeft gemaakt. Zo’n mooi beestje hoort in de natuur, denk ik. Ik probeer het diertje op te pakken om het buiten te zetten. Ik, de grote held der lieveheersbeestjes. Misschien krijg ik wel een medaille, of zetten ze mijn afbeelding op een postzegel. Het lieveheersbeestje kruipt niet op het blad dat ik voor z’n mini-pootjes leg. Wat is er mis? Na zorgvuldig overleg met mezelf, besluit ik zacht tegen het kleurrijke diertje te blazen.