Hij deed de deur van mijn kleerkast open, stapte in de kast en sloot de deur achter zich. Ik was toch wel even verward – nee, niet verbaasd – en besloot verder af te wachten. Om 4:45 hoorde ik mijn kastdeur terug opengaan. Meneer stapte naar buiten, deed de deur weer toe en sloop m’n kamer uit. Hetzelfde gebeurde ook de volgende nacht, en de nacht daarna, en ja, de nachten daarna ook. Ik werd nieuwsgierig. Op een nacht, rond 02:00, nadat Meneer de kast was binnengegaan, ging ik op onderzoek. Ik trok de kastdeur open en ik zag… niets. Ik gooide elke jas, elke kleerhanger eruit. Er was niets. Ik tikte tegen alle wanden, op elke mogelijke plaats, maar niets verschoof, niets klonk hol. Geen spoor van Meneer. De volgende nacht gebeurde net hetzelfde. Ik heb het daarbij dan maar gelaten.