Ik had zonet mijn 2 droge boterhammetjes opgegeten en als een voorbeeldige jongen zette ik mijn bord en mijn glas op het aanrecht. Een onbekende kracht bewoog me ertoe mijn glas te vullen met water uit de kraan. Diezelfde onbekende kracht liet mij het glas doen overstromen. Vervolgens liep ik naar buiten, Meneer keek me na. Ik rende de tuin in en smeet vervolgens het glas met net-niet-m’n-volle-kracht tegen een struik. Meneer wist niet wat er aan de hand was.