Ik loop door m’n badkamer, voorbij m’n spiegel. Inderdaad, de badkamer is van mij, de spiegel ook. De verheerlijking van egoïsme. Ik stop. Wat een rare man, rechts van me. Hij lijkt helemaal niet op me… misschien is het een kennis van Meneer. Hij wenkt me dichterbij, we zetten beide een stap naar elkaar toe. “Jorn?” Ik knik. “Dat vreesde ik al.” Wat bedoelde hij daarmee? Lacht hij me uit? Mooie kerel, die komt hier zomaar m’n huis binnen enkel en alleen om me even uit te lachen! Hij kijkt naar rechts, in de richting van m’n kamer.