Deze gedachte leidde me naar een herinnering van vroeger, het had iets te maken met een situatie waarin 4 mensen ruzie maakten en dan nog iets met m’n neefje… het was allemaal zo vaag geworden. Ik had nergens om naartoe te gaan, dus had ik geen reden om niet naar binnen te gaan. Nee, ik kon geen enkel excuus vinden om niet daarbinnen te gaan. Ik had mezelf overtuigd. Ik wou m’n fiets tegen de kerkmuur zetten, maar dat vond ik – ik weet niet waarom – zonde. Na een paar minuten zette ik‘m maar tegen een lantaarnpaal, hopend dat hij niet zou omvallen. Ik kwam bij de ingang en zag dat die gesloten was.