Vorige week maandag maakte ik voor het eerst in maanden iets mee.
Elke ochtend rijd ik langs de Sint-Joris kerk die aan het dorpsplein staat. Ik was sinds m’n 12de levensjaar, voor m’n plechtige communie, niet meer in een kerk geweest. Ik heb gelukkig weinig sociale contacten, dus hoefde ik nooit naar een begrafenis te gaan - inderdaad, u begrijpt het goed; er is een positieve kant aan eenzaamheid; je hoeft nooit afscheid te nemen - en trouwen zal ik ook wel nooit doen. Ik dacht dat ik nooit meer een kerk zou binnengaan, tot op die ochtend. Ik vroeg me af hoe het daarbinnen was, of ze nog steeds dezelfde banken en beelden hadden als in de tijd van toen.