Ze doet altijd haar best om het zo lekker mogelijk te maken; ze wil haar man een goede, gezonde maaltijd kunnen geven. En dat is nodig, want de dokter heeft gezegd dat z’n cholesterol te hoog is. De man heeft nooit een mening over het eten. Hij is het gewoon. De smaak van het eten hangt, voor hem, af van de hoeveelheid peper hij erop doet met het mooiste voorwerp dat ze in huis hebben: hun antieke, oude pepermolen. Ze mogen tevreden zijn over hun leven; hun zoon heeft het ver gebracht, hij is een belangrijk directeur geworden. Ze vinden het wel spijtig dat ze hem al een tijdje niet hebben gezien, maar geen nood, hij komt volgende maand wel eens langs, hij heeft het zelf gezegd.