Ik was 8 jaar en stomverbaasd. “In Australië is alles omgekeerd. Het ligt onder de evenaar, dus als het bij ons winter is, is het daar zomer. En het ligt zo ver van ons, dat als het bij ons nacht is, het daar dag is.” “Australië…” Ik proefde het woord in m’n mond. Ik droomde ervan. “Het land waar alles omgekeerd is. Waar alles dus goed is. Waar de regen naar boven valt en ons nooit raakt. Waar je geld krijgt om speelgoed uit de winkel mee te nemen. Waar de kinderen slimmer zijn dan de leraars. Waar ouders elkaar graag zien.” Daar wou ik heen.